Wanneer we praten over hoogbegaafde leerling, denkt men vaak dat het gaat over een leerling die met twee vingers in zijn neus prima resultaten haalt op school en een fantastische maatschappelijke carrière tegemoet kan zien. Maar dat is helaas vaak absoluut niet het geval: niet alle kinderen worden een tweede Einstein.

In de wetenschap vinden we zes profielen voor hoogbegaafde kinderen, opgesteld door Betts en Neihart. En natuurlijk zijn dit erg gegeneraliseerde typen, maar een aantal specifieke gedragskenmerken kunnen het makkelijker maken om een passende manier van begeleiding te vinden, zodat de leerling uiteindelijk op het goede spoor komt.

Afbeeldingsresultaat voor betts neihart

Laten we eens gaan kijken naar deze types:

1.    De zelfsturende, autonome leerling

Dit type lijkt het meest op het stereotype beeld van wat veel mensen over hoogbegaafde leerlingen hebben. Het is een leerling die gestructureerd werkt, prima resultaten haalt en weinig begeleiding nodig heeft. Althans, zo lijkt het. Vaak heeft zo’n leerling namelijk juist eerder meer begeleiding nodig dan minder. Verlies deze leerling niet uit het oog. Zorg ervoor dat hij op een correcte en consequente wijze begeleid wordt. Geef hem voldoende uitdagingen, comprimeer en verrijk de leerstof waar nodig. Bij een mentor kan deze leerling zijn hart ophalen en verder uitgroeien tot een zelfstandig persoon.

Deze leerling ligt lekker in de groep, wordt regelmatig gekozen in groepjes en aangewezen als vertegenwoordiger. Het liefst hebben de meeste docenten een klas vol van dit soort leerlingen en ouders hebben vaak niet heel veel te klagen.

2.    De uitdagende leerling

Dit type leerling heeft heel veel energie en is vaak onvoorstelbaar nieuwsgierig. Dit type leerling is vaak nadrukkelijk aanwezig. En niet om dat hij bewust de klas wil verstoren, maar omdat hij wil worden uitgedaagd. Hij vergeet dan vaak dat zijn medeleerlingen hier nog niet aan toe zijn, zodat deze verstoringen heel irritant en vervelend kunnen zijn. Deze leerlingen zijn vaak wat chaotisch en ongestructureerd. En daar moeten ze echt bij geholpen worden. Wat belangrijk is, is dat er goede afspraken worden gemaakt in hoe er met elkaar omgegaan moet worden. Vaak zit er geen kwade wil achter de verstoringen, maar de leerling is gewoon erg enthousiast. Er wordt dan in veel gevallen snel geroepen dat zo’n leerling ADHD heeft, maar wanneer dit type leerling wordt uitgedaagd en goed wordt begeleid, wordt hij vaak al een stuk rustiger.  

3.    De aangepaste succesvolle leerling

Deze leerling lijkt, net als de zelfsturende leerling, op een modelleerling. Alleen speelt hier aan de oppervlakte nog iets mee wat een en ander wat lastiger maakt. De leerling is erg perfectionistisch en is erg gefocust op het resultaat, waardoor hij bij tegenslag al snel opgeeft. Dan zoekt hij bevestiging van zijn omgeving en twijfelt hij aan zijn kunnen. Soms worden er de meest creatieve oplossingen gevonden om iets niet te hoeven doen. Faalangst en onderpresteren kunnen zich hierdoor ontwikkelen. Het allerbelangrijkste bij dit type leerling is dat het proces centraal moet worden gesteld in plaats van het resultaat. Kijk vooral naar hoe de leerling heeft gewerkt en zorg ervoor dat hij met mensen mag samenwerken die op hetzelfde ontwikkelingsniveau zitten. Docenten (en ouders!) moeten zich kwetsbaar opstellen en laten zien dat zij ook niet foutloos werken, dat fouten maken geen schande is en dat ze zelf ook nog veel moeten leren. Dat leren een continu proces is die je leven lang duurt. Als de begeleiding goed verloopt, zal het uiteindelijk uitgroeien tot een zelfstandige volwassene.

4.    De dubbel bijzondere leerling

Dit type leerling heeft niet alleen behoefte aan ondersteuning in zijn hoogbegaafdheid, maar heeft vaak ook nog een ander soort van begeleiding nodig. Vaak wordt er gezegd dat dit soort leerlingen een extra ‘gouden randje’ hebben. En dit randje brengt een extra last met zich mee. Dat kan zich uiten in een gebrek aan overzicht en structuur, in onderschatting door zijn omgeving of door niet (h)erkend te worden. Mede daardoor wordt zijn hoogbegaafdheid vaak compleet over het hoofd gezien. Belangrijk is dat hij op beide facetten goed en afzonderlijk wordt begeleid. De leerling heeft, net als andere hoogbegaafden, uitdaging nodig, maar een hoogbegaafde leerling met dyslexie moet je natuurlijk geen moeilijkere boeken gaan aanbieden.

5.    De onderduikende leerling

Onderduikende leerlingen hebben de neiging om zich aan te passen aan zijn of haar omgeving. De ouders zien hun kind als een kind met veel brede en diepe interesses, de school ziet een kind dat bij de middenmoot hoort, maar zich wel keurig aan de afspraken houdt. Deze leerling wil vooral niet opvallen en zal daarom nooit vaak zijn mening laten horen of opkomen voor waar hij in gelooft. Hij waait makkelijk met alle winden mee en loopt daarmee het risico om geen eigenheid te ontwikkelen. Dit type leerling moet je vooral niet voor de leeuwen gooien met extra uitdagend werk, maar hij moet beetje voor beetje groeien tussen ontwikkelingsgelijken. Het allerbelangrijkste is dat er wordt gewerkt aan het zelfvertrouwen. En dat is heel belangrijk, want deze leerling heeft de grootste kans om een risicoleerling te worden.

6.    De risicoleerling

Deze leerling is totaal ongeïnteresseerd in alles wat met school en studie te maken heeft. Hij ligt vaak in de clich met zijn omgeving, zet altijd zijn hakken in het zand, heeft zijn zaken niet voor elkaar en heeft op alles en iedereen op- en aanmerkingen. Zijn talenten komen niet boven drijven, omdat het zich niet inzet, zijn taken niet af heeft of inlevert en spijbelt. De hoogbegaafde risicoleerling stroomt in ons systeem van voortgezet onderwijs als eerste af van bijvoorbeeld gymnasium naar vmbo. Vaak heeft deze leerling nogal wat meegemaakt in zijn of haar ontwikkeling en heeft ter bescherming van zichzelf een muur opgebouwd van desinteresse. Deze leerling wil niet worden uitgedaagd, maar wil juist begrip en “zijn ei” kwijt kunnen. Met name omdat hij boos is of zich onbegrepen voelt. Het allerbelangrijkste is dat deze leerling door iemand wordt begeleid waar hij een blind vertrouwen in heeft. En dat zal de begeleider ook steeds moet beamen. Het risico voor een depressie ligt hier op de loer.

Het zou kunnen dat je je leerling of je kind in een of meerdere van deze types herkent. En soms past geen enkele omschrijving. Maar realiseer je dan dat kinderen zich ontwikkelen en in de loop van de jaren van type kan veranderen. Het gaat om mensen; het is geen zwart of wit. Je kunt hoogbegaafden niet over één kam scheren. En ook niet over zes. Maar de strekking van deze uiteenzetting is dat je je kind en je leerling goed moet blijven volgen, goed naar de signalen moet kijken en daarna moet handelen. En communicatie met school is zeer belangrijk. Het valt niet altijd mee, maar probeer altijd in de participatiestand te blijven met elkaar. En dat geldt van ouders naar school maar zeker ook van school naar ouders. De ontwikkeling van een kind is maatwerk: iedereen is immers uniek.

Bel direct
Route